Je hebt in een eerder artikel over diafragma kunnen lezen dat diafragma veel invloed heeft op de scherpte. Welk diafragma je moet instellen tijdens avondfotografie en nachtfotografie is afhankelijk van wat je wilt laten zien en hoeveel scherpte je wilt. Aan de hand van een aantal scenario’s leggen we uit welk diafragma je het best kunt kiezen.

Alles scherp in beeld willen hebben

Als je alles scherp in beeld wilt hebben van voor tot achter en in de hoeken, dan is het zaak om een klein diafragma te kiezen. Met een klein diafragma wordt een kleine diafragmaopening bedoeld en een groot f-getal. Nu denk je dat je een kleine diafragmaopening moet kiezen van f 16 of f 22 voor de meeste scherpte. Dat is niet zo. De meeste scherpte krijg je door je diafragma tussen f 8 en f 11 in te stellen. Wil jij weten op welk diafragma jouw lens de meeste scherpte heeft? Dit kan je testen door de sweet spot van je lens te vinden.

Als je een te klein diafragma kiest zoals f 16 of f 22 kan er diffractie optreden. Diffractie uit zich in onscherpte in je foto. Het wordt veroorzaakt doordat lichtstralen met elkaar in aanraking komen door een te kleine diafragmaopening. Op het kleine scherm van je camera zal dit niet meteen zichtbaar zijn, maar als je de foto op een groter scherm bekijkt wel. Hou hier dus rekening mee.

Bij avond- en nachtfotografie is een klein diafragma vaak het meest gekozen diafragma, omdat er vaak (stads)landschappen worden gemaakt. Dan is overal scherpte wenselijk, maar niet per se noodzakelijk. Dat ligt geheel aan wat je wil vastleggen.  Je wil vaak meeste scherpte in je foto hebben als je geen onderwerp in je foto hebt die écht de aandacht nodig heeft. Waar moet je in een foto scherpstellen? Als je een duidelijke voorgrond in je foto hebt is het aan te raden om daar op scherp te stellen. Door het gebruiken van een klein diafragma zal de rest daar achter mee gaan qua scherpte. Heb je geen duidelijke voorgrond? Dan kan je ook op je onderwerp scherpstellen. Controleer achteraf altijd nog even je scherpte. Als de scherpte niet optimaal is kan je opnieuw scherpstellen en het nogmaals proberen.

 

Effecten van lange sluitertijd

 

Diepte laten zien

Als je veel diepte wilt laten zien, dan is het zaak om een groot diafragma te kiezen. Hiermee wordt een grote diafragmaopening bedoeld en een klein f-getal zoals f 2.8 of f 5.6. Door met een open diafragma te fotograferen verklein je de scherpte in je foto.

Met een kleine scherpte kan je heel mooi de nadruk op een onderwerp leggen en het oog van de kijker ernaartoe leiden. Je laat daarmee veel diepte zien. Bij portretfotografie of macrofotografie krijg je daar de mooie onscherpte in de achtergrond van waardoor alle aandacht uit gaat naar het onderwerp. Bij avondfotografie en nachtfotografie kan die onscherpe achtergrond een prachtige toevoeging zijn. Lichtbronnen worden dan onherkenbaar en krijgen een mooi rond effect.

Kies niet meteen het grootste diafragma wat jouw lens heeft als je diepte of onscherpte wilt laten zien. Teveel onscherpte kan ook averechts werken. Met f 1.4 is de scherpte zo ontzettend klein dat zelfs je onderwerp er niet helemaal scherp op komt te staan terwijl je dat wel wil. Dat is zonde! Soms is het beter om met een diafragma van f 4 of f 5.6 te fotograferen in plaats van f 1.4 of f 2.8. Bedenk voor jezelf wat je wilt laten zien met je foto en controleer of dat ook uiteindelijk jouw resultaat is. Zo niet, probeer dan een andere diafragmawaarde.

 

Reuzenrad nacht bokeh

 

Lichtbronnen in sterren veranderen

Bijkomend effect bij avondfotografie en nachtfotografie is stervorming. Bij stervorming zie je bepaalde lichtbronnen als een ster terug in je foto. Dit heb je vast weleens gezien. Wist je dat die stervorming wordt veroorzaakt door je diafragma? Hoe kleiner jouw diafragma is, hoe meer stervorming je zal zien. Vind je stervorming een mooie toevoeging, kies dan een diafragma van f 11, f 16 of hoger. Vind je stervorming niet mooi? Dan kan je dit voorkomen of verminderen door met een open diafragma te fotograferen van f 8 of lager.

Niet elke lichtbron wordt een ster. Je kunt vaak zelf al zien of een lichtbron een ster zal gaan vormen of niet door met je ogen te knijpen. Ook kan het soort ster verschillen per lens. Dit is o.a. afhankelijk van de hoeveelheid lamellen waaruit jouw diafragma bestaat. Als je stervorming goed wil laten zien, dan heb je daarmee meer kans met een diafragma van f 22 of f 22. Dan zal er wel diffractie optreden. Je moet dus een keuze maken. Laat ik die stervorming zien en neem ik de diffractie voor lief? Of zet ik mijn diafragma terug tussen f 8 en f 11 en kies ik voor meer scherpte, maar minder stervorming?

Hou tijdens het fotograferen in gedachten wat je wilt laten zien. Kies vervolgens het juiste diafragma om het gewenste effect te krijgen. Uiteindelijk is de gekozen diafragmawaarde afhankelijk van wat je wil laten zien en bestaan er geen regels. Wel bestaan er uitgangspunten en feiten over de scherpte.

 

Belichtingsdriehoek cheat sheets

Gratis: Belichtingsdriehoek cheat sheets

Het kennen van de belichtingsdriehoek is van essentieel belang bij avondfotografie en bij fotografie in het algemeen. Tegelijkertijd is het ook de meest lastige stof om te begrijpen èn te onthouden. Om je te helpen hebben we twee handige cheat sheets voor je gemaakt. Deze kan je altijd raadplegen als je niet meer weet wat de belichtingsdriehoek doet en wat je moet instellen om een foto lichter of donkerder te maken.

Download hier de gratis cheat sheets!